Dan Roam noemt in zijn boek “Back of the napkin” vier fasen bij het visueel denken. Dit is handige informatie als je een bijeenkomst goed wilt organiseren. Het helpt bepalen waar je de nadruk op gaat leggen en welke werkvormen je gebruikt. Hieronder heb ik er een diagram van gemaakt.

Kijken
Hebben we genoeg informatie om mee te werken?  Of moeten we nog verzamelen?

Dit is een prima moment om betrokkenheid te stimuleren. Je kunt natuurlijk alle informatie voorkauwen. Maar het is beter om alle informatie uit de collectieve intelligentie te halen. Deelnemers zijn actief bezig met de inhoud. Ze raken daardoor betrokken. Bovendien blijft de informatie beter opgeslagen in het geheugen.

Zien
Hoe kunnen we alle informatie ordenen? Welke patronen kunnen we zien? Wat is belangrijk?

Als je de uitkomsten van de brainstorm op losse vellen hebt geschreven kun je deze nu gaan verplaatsen. Als je digitaal werkt is dat wellicht gemakkelijker. Als je digitaal werkt kun je bijvoorbeeld woorden groter en kleiner maken of een afwijkende kleur geven.

Voorstellen
Welke relaties kan ik leggen om tot nieuwe oplossingen te komen? 

In deze fase krijgen we te maken met een creatief proces. Er worden relaties gelegd tussen onderwerpen die eerst nog geen relatie met elkaar hadden. Met speelse werkvormen krijg je het voor elkaar dat mensen buiten de kaders gaan denken. Een voorbeeld daarvan is Business Origami.

Terwijl het in de eerste twee fasen het beste is om met de gehele groep te werken om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen is het nu zinvol om te werken in kleinere groepen. Je krijgt dan meer beweging.

Presenteren
Wat voor nieuwe informatie geven de gevonden oplossingen?

In de presentatie van de uitkomsten voor de hele groep is het zinvol beelden te gebruiken. In beelden kunnen mensen hun eigen betekenis projecteren. Daardoor heb je grote kans dat mensen nieuwe ideeën krijgen door de presentatie. Het hele proces kan opnieuw beginnen met hernieuwde informatie.

 

overzicht

 

< vorige
volgende >